|
Secretariaat: Stichting Veldwerk Postbus 163 1850 AD Heiloo The Netherlands |
![]() |
Tel: klik hier veldwerk@wlink.com.np Gironummer: 8289522 Tav. Stichting Veldwerk, p/a Egmond binnen Bank: ABN-Amro 543703266 |
Om elkaar wat beter te leren kennen heeft René voor ons een mini trektocht van drie dagen georganiseerd. Op dinsdagmorgen vertrekken we met een taxi naar het busstation in Kathmandu van waaruit de lokale bus naar Barabhise vertrekt. Op dat busstation is het een drukte van jewelste, allemaal ronkende, toeterende en rokende bussen. Ik zie alleen maar borden met Nepali schrift en het kan evenzogoed reclame zijn als de bestemming van de bus. Gelukkig weet René de juiste bus te vinden omdat ze wel steeds op dezelfde plek blijken te staan. De bagage gaat alvast het dak op, wij moeten nog even binnen zitten tot we Kathmandu uit zijn.
Wanneer we ons geïnstalleerd hebben in de drie kamertjes die voor ons zijn vrijgemaakt, schuiven we met ons allen bij elkaar op het balkon. Een beetje huiverig of dit houten bouwwerk ons gewicht wel houdt, maar René stelt ons gerust. Wanneer we dan toch plots zachtjes heen en weer wiegen, blijkt dat de buffel beneden ons zich tegen een van de palen schurkt waar het balkon op rust. Geen paniek!
We worden getrakteerd op roxi, een lokaal gestookt drankje dat nog het meeste lijkt op ranzige witte wijn. Het is nog warm wanneer het uit de jerrycan geschonken wordt. Al met al een riskante onderneming van de Nepali om het hier te krijgen omdat de Maoïsten het stoken en drinken van alcohol ten strengste verbieden. Met gemengde smaak zetten we de bekers met deze "local pani" aan onze lippen. Na een poosje worden we geroepen voor het eten en zitten we met 'n gewassen rechterhand in een lange rij op de rieten matten beneden in het huis. Er worden flinke borden vol opgeschept en de hele familie kijkt toe hoe wij de Dhal baat (rijst met linzen soep) naar binnen werken. Zij eten pas wanneer wij klaar zijn. Intussen komt er visite aan de deur...! Een groepje Maoïsten kondigt zich aan en wordt door de familie buiten te woord gestaan. Ons bezoek wordt uitgelegd en ze krijgen al dan niet afgedwongen te eten van de familie. Intussen sluipt iemand van ons onder het mom van even toiletpapier halen even naar boven om de roxi aan het oog te onttrekken. Na ongeveer een kwartier zijn ze weer vertrokken, ogenschijnlijk niets aan de hand, maar toch is de stemming wat bedrukt.
Na een douche buiten onder een sterrenhemel, maar toch met heerlijk warm water is het helemaal geweldig. We eten van een uitgebreid Dhal baat buffet in het open restaurant en genieten daarna van een kampvuur aan de rivier. Daarna lekker slapen in de tenten met op de achtergrond het bulderende water van de wilde Bhote Khosi rivier.
Bij een mooi vlak stukje grond langs de rivier stoppen we en krijgen na een complete lunch uitleg over het raften. Verdeeld over twee boten zakken we in meer en minder onstuimig water de Bhote Khosi rivier af. Twee Nepali in Kajaks zoeken de beste route en maken er een hele show van. Op wat rustiger punten duurt het niet lang of de eersten nemen een vrijwillige duik in de koude rivier, heerlijk in je zwemvest hangend meedeinen op de golven en de stroming. Het water is koud maar zo'n gratis golfslagbad met stroomversnelling laat niemand zich ontnemen.
Het was al met al een geweldig leuke kennismaking met elkaar en met Nepal!
Marjon Oude Aarninkhof.
Een ervaring op zich in zo'n brik. Waar deze bus naar toe gaat wordt ons al snel overduidelijk... Barabhise! Barabhise! Barabhise! Barabhise roept de busjongen voortdurend, (ook voor de Nepali die niet kunnen lezen). Wanneer we zo'n tien meter buiten het busstation zijn blijkt onze buschauffeur niet helemaal feeling te hebben voor de versnellingsbak van de bus. Wanneer hij naar drie keer optrekken in zijn 3 met hokken en bokken een beetje vaart heeft gekregen, schuift hij 'm zo in zijn achteruit waardoor ieders kostbare gebit bijna verloren gaat aan de handgreep op de rugleuning van de stoel ervoor. Na veel gehakketak en Barabhise! geroep rijden we de stad uit. De busjongen heeft nog een andere belangrijke taak, met zijn klopsignalen op de blikken cabine van de chauffeur maakt hij duidelijk wanneer hij moet stoppen om passagiers binnen te laten, en wanneer hij weer kan rijden. Later bovenop het dak van de bus maken we dankbaar gebruik van het feit dat twee keer kloppen rijden betekend, vasthouden dus!!!
In de eerste grote plaats buiten Kathmandu wordt het echt heel druk binnen en vluchtten we naar buiten om via een trappetje aan de achterkant van de bus omhoog het dak op te klimmen. Goed vasthouden aan het imperiaal, twee keer kloppen en daar gaan we! Voortdurend moeten we opletten voor laaghangende takken en bedrading over de weg. Van angst is bij de meesten echter al gauw geen sprake meer, al snel verschijnen de eerste fototoestellen uit de tassen en schieten we de mooiste plaatjes. Wat een geweldig uitzicht! Zon op je bol, wind door je haren, zo slingeren we door het Nepalese heuvellandschap.
De omgeving doet tropisch aan met alle heldergroene rijstterrassen en grote bananen bomen langs de weg. Op de achtergrond de besneeuwde toppen van het Lang Tang gebergte. De dorpjes worden kleiner en de bebouwing langs de weg varieert aardig in kwantiteit en kwaliteit. Mooie rood en wit gepleisterde huisjes met rieten daken wisselen zich af met regelrechte krotten, bouwvallen van hout, stro en golfplaten. Maar iedereen kijkt vriendelijk naar boven en lacht om die gekke blanke buitenlanders op die bus.
Onderweg passeren we ook verschillende controle posten van leger en politie. Telkens weer moeten bij zo'n checkpost alle Nepali de bus uit. Ze moeten lopend langs de controle en mogen 150 meter verderop weer instappen. Intussen controleert een soldaat de bus, de ene keer wat nauwkeuriger dan de andere, op wapens die door de Maoïsten zouden kunnen zijn verstopt in de bus. Toeristen zijn "guests" en mogen blijven zitten. Na zo'n roadblock kunnen we weer verder, althans, als de politie niet heeft besloten om net na het leger hun eigen checkpost te installeren, heel efficiënt! Zelf zo efficiënt dat we na tien minuutjes rijden een groepje gewapende maoïsten voor ons over de weg zien lopen... Afijn, wij hebben er geen last van en kunnen gewoon door, maar apart is het wel. Zo komen we een paar uur later in Barabhise aan.
Van daaruit lopen we 450 meter omhoog naar een dorpje op de berg. Het is ongeveer anderhalf klimmen, warm en zweten geblazen, maar de omgeving is geweldig. We lopen over een pad met stenen en trappetjes door de rijstvelden omhoog, hier en daar een traditioneel huisje en vriendelijke maar nieuwsgierige mensen.
Na anderhalf uur komen we aan bij de familie waar we zullen overnachten. We zijn van harte welkom, René heeft er een poos geleden vaak gelogeerd toen hij een school bouwde nog verder bovenop de berg. Het huis is opgetrokken van steen en gepleisterd met wit en rode klei, en een houten balkon aan de voorkant kijkt uit over de vallei. Onder het balkon huist op een berg stro de buffel van de familie, ook hebben ze wat geitjes. De benedenverdieping is klein en donker, een vertrek waarin alles gebeurt. Een verhoging van vijf centimeter in de vloer geeft de keuken aan, in het midden van het vertrek hangen wat geitenpootjes aan het plafond boven nog een vuurplaats. In de andere hoek bevindt zich de stal waarin de geitjes 's avonds en 's nachts staan. Een klein scheef trappetje leidt naar de bovenverdieping waar drie kamertjes zijn afgetimmerd, deels op het balkon. We moeten in het donker ontzettend oppassen met die lage plafonds en balken, overal loert het gevaar van en flinke knal voor je bol.
's Nachts slapen we heerlijk na alle inspanningen van die dag, en 's ochtends worden we gewekt met en glas Nepali tea op bed. Na het ontbijt van beaten rice, gebakken met suiker en zout pakken we verder in en staan klaar voor vertrek. We krijgen nog een thika op ons voorhoofd voor good luck, een stip van rode kleurstof met rijst vermengt, wat bloemblaadjes op je hoofd en wat grassprietjes achter je oor. Tussen de rijstterrassen door gaat het naar beneden. Wanneer we weer in Bharabise zijn aangekomen en de thika inmiddels tot op het puntje van de neus is uitgelopen, drinken we wat en gaan richting de bus die ons naar de Tibetaanse ofwel Chinese grens moet gaan brengen.
Boven op de bus worden we door René gewaarschuwd, deze weg is veel slechter dan gisteren. En inderdaad het gaat met grof geweld. Daar waar in de Alpen met een bordje wordt gewaarschuwd voor mogelijk vallend gesteente, staat hier een bord aan de weg met landslide area! Nou en of! We passeren de ene na de andere landslide, oud en vers! Oorzaak, erosie door ontbossing, aangelegde rijstvelden die onder water worden gezet, en hup de hele zooi glijdt zo van de berg af, soms hele dorpjes meesleurend op weg naar beneden. Vooral in de moesson tijd is dit een heel groot risico. René probeert ons ervan te overtuigen dat dit nu niet meer zo waarschijnlijk is. Dat lukt deels...
Goed aan het dak van de bus vastgeklampt gaat het verder richting de grens, we worden flink heen en weer geslingerd wanneer we weer een stuk over een puinhelling moeten. Hoog en laag langs de Bhote Khosi rivier, we passeren dorpjes waarvan de huisjes of aan de bergkant, maar meestal aan de kant van de afgrond langs de weg zijn gebouwd. Iedereen nieuwsgierig naar ons opkijkend en wij naar hen. De busrit wordt nu inderdaad een echte uitdaging. Het lijkt soms meer op een ritje op een rodeostier of een kameel dan op een busrit. Toch genieten we enorm van het uitzicht en de mensen om ons heen. Andersom worden ook wij bekeken als een attractie, acht blanke westerlingen bovenop een Nepali bus blijkt erg op de lachspieren te werken. Enthousiast zwaaien we over en weer.
Vier uur rijden en verschillende checkposts later bereiken we de Tibetaanse, ofwel Chinese grens. We stappen van de bus af en lopen het laatste stukje verder door Kodari, het Nepalese grensdorpje. Langs vervallen hutjes en een scala van vieze smoezelige winkeltjes aan een zandpad vol gaten, kippen, varkens, vuil en puin bereiken wij de grens en lopen we de Friendshipbridge op. De 65 meter lange brug is een stukje niemandsland en in het midden passeren we de rode lijn die de grens moet voorstellen.
De grens is betegelde etiquette aan de Chinese kant en met een grote chaos en puinhoop aan de Nepalese kant. Aan de overkant van de rivier doemt een Chinese stad op. Ghasa, modern ogend, wit betegelde gebouwen, een schril contrast met waar wij zo juist vandaan komen.
Na anderhalf uur rust met een kopje thee gaan we de zelfde weg terug met de bus richting het Borderlandresort waar we die nacht zullen slapen.
Onderweg komen we echter langs misschien wel de mooiste bungee jump plek ter wereld. 165 meter naar beneden vanaf een stalen hangbrug over de Bhote Khosi rivier. Een aantal van ons wil springen en dus geven we en flinke ram op het dak van de cabine van de chauffeur. Hij stopt en we springen allemaal, op René na van de bus af. Die ging met de bagage alvast vooruit.
We begeven ons naar de hangbrug om de situatie eens van dichtbij te bekijken. Als je dan toch wilt dan is dit wel de ultieme plek om te springen in plaats van een hijskraan op de kermis. Aan Marjo en Didier de eer, zij waagden de sprong. Vanaf duizelingwekkende hoogte zo naar beneden richting de rivier die in een vrij smal dal stroomt. Daarna weer twintig minuten omhoog klimmen en de ervaring van je leven hebben gehad.
Daarna gaat het lopend verder richting het Borderland resort. Het is inmiddels donker wanneer we daar aankomen, maar ondanks dat zien we wel dat het er bijzonder mooi is. Aan de rivier gelegen heel mooi aangelegd op terrassen staan tenten onder rieten afdaken op bamboe stokken tussen tropische vegetatie. Onderling met elkaar verbonden door kleine betegelde paadjes, binnen verlicht met sfeervol kaarslicht, bamboe bedden, en een mooie teakhouten tafel. Rieten matten op de grond.... helemaal compleet!
De volgende ochtend ontbijten we vroeg omdat de bus die ons naar het opstappunt voor het raften zal brengen om negen uur vertrekt. Om negen uur echter geen bus... Het is ook erg rustig op de weg en langzaamaan beginnen we ons af te vragen of we voor een bepaalde periode van de buitenwereld afgesloten zullen zijn. Want wat zou er aan de hand zijn, een landslide? Of de Maoïsten? Na enige tijd komt toch het verkeer op gang en eindelijk na twee uur wachten komt ook onze bus in zicht en kunnen we vertrekken.
Intussen volgt de bus onze route en na een paar uur stappen we weer uit de boot. Moe maar voldaan en in een warme droge fleece duiken we de bus in. Ja in, en niet op! Gelukkig niet erop want onze chauffeur heeft haast, de rit over de bochtige wegen door de bergen doorstaat de testen van veilig verkeer Nederland niet. Totaal roekeloos en onbezonnen volgt de ene inhaal manoeuvre de andere op. Als we eenmaal in de buurt van Kathmandu komen stranden we in uren durende file voor een checkpost. Eigenlijk voor ons niet nodig omdat we toeristen zijn. De chauffeur bedenkt de smoes dat wij op tijd ons vliegtuig moeten halen en met dat excuus baant hij zich een weg langs de file. Het is al bijna negen uur 's avonds voordat we terug in Thamel zijn. Als afsluiting trakteren we onze tourleader René op een etentje en genieten van een goed glas Carlsberg bier.