|
Secretariaat: Stichting Veldwerk Postbus 163 1850 AD Heiloo The Netherlands |
![]() |
Tel: klik hier veldwerk@wlink.com.np Gironummer: 8289522 Tav. Stichting Veldwerk, p/a Egmond Binnen Bank: ABN-Amro 543703266 |
Hier een stukje uit de website van Dorreke Peijnenburg, die op het nieuwe schooltje annex dagcentrum voor verstandelijk gehandicapten kinderen werkt.
Zaterdag 26 November 2005
Tot zover deel een van het verhaal van Dorreke.
Het schooltje, waar sinds begin november 2005 voor het eerst een vrijwilliger naar toe gaat, ligt in het dorpje Kirtipur, 10 kilometer
van Kathmandu. Het klasje is ongeveer 20m2 groot, er werken 4 mensen en er zijn officieel 22 kinderen. Echter na 2 weken werken heb ik nog
steeds maar16 kinderen daafwerkelijk gezien, en nog nooit allemaal tegelijk.
Kinderen komen gewoon heel vaak niet opdagen (lees: worden niet gebracht door hun ouders) of lopen halverwege de klas uit en gaan op straat hangen.
Sommigen zijn echte zwervers in spe. Het is enorm een uiteenlopend gezelschap in de klas. Zo zijn 'de kinderen' tussen de 6 en 22 jaar
(hoewel er dagelijks ook een gehandicapte man van 35 is) en varieren ze van doof en slim tot dwangneurotisch, spastich en het ontwikkelingsniveau van een 3 maanden oude baby. Sommigen zijn goed verzorgd, anderen lopen erbij met kapotte voeten en stinken behoorlijk.
Dan zijn er dus 4 'teachers' die over het algemeen lief zijn voor de kinderen, maar hebben weinig inzicht in wat deze kinderen wel en niet
kunnen leren. De manier van onderwijzen behoeft veel hulp, sturing en nieuwe impulsen. In het schooltje is nauwelijks speelgoed aanwezig. Wat
er is, is aangevreten door ratten en valt uit elkaar van ellende. Er is geen lesmateriaal.
Wel nu, ik, Dorreke Peijnenburg, vrijwilliger in het schooltje, probeer de zaak daar een beetje op te beuren. Ik probeer de leraren uitleg te
geven en voorbeeldgedrag te laten zien over wat ze wel en niet met deze kinderen kunnen en wat uberhaupt nuttig is. Ook ben ik bezig met
dagschema`s voor meer structuur, visualisaties, gebarentaal, voor wat hoort wat-principes (straffen en belonen kennen ze niet, waardoor de
helft van de kinderen gedragsproblemen heeft) en breng ik kleurplaten en ander knutsel en speel materiaal mee uit de grote stad Kathmandu.
Na twee weken zie ik al dat de juffen dingen echt overnemen en dat er nuttiger wordt gewerkt door de kinderen en meer spelletjes gespeeld worden.
Dus dat is mooi. Maar er moet nog heel veel gebeuren. Zowel op het gebied van onderwijzen als op het gebied van spel- en lesmateriaal.
In het dorp zijn ook enkele kinderen die zo lichamelijk gehandicapt zijn, dat ze niet naar school kunnen komen. Eens in de week bezoek ik
deze kinderen en doe ik lichamlijke oefeningen met ze, spraaktherapie en geef ik ze een heleboel aandacht. Een spastische jongen, genaamd
Bikas, kon voorheen alleen maar liggen, en na drie bezoeken kruipt hij op zijn knieen en ellebogen van de ene hoek van de kamer naar de
andere! Prachtig! Het is echter wel zeer belangrijk dat de huisbezoeken worden opgevolgd. Ouders zijn immers nauwelijks gemotiveerd om
gelijksoortige oefeningen met hun kind te doen. Triest, maar waar.
Meer info op haar website dorenemile.waarbenjij.nu/